Whatsapp

0880 – 241 888

info@alblas.net

Proefles

Rijschool regio Groene Hart

Home » Blog » Motorexamen Voertuigbeheersing

Motorexamen Voertuigbeheersing

feb 6, 2015

Voordat je het felbegeerde roze kaartje voor je motorfiets in handen hebt, moet je naast het theorie-examen ook 2 praktische examens afleggen. Dat zijn de volgende examens: het praktijkexamen AVB (Voertuig Beheersing) en AVD  (Verkeers Deelneming ). Als je voor de 2 praktijkexamens geslaagd bent dan mag je lekker zelf met je eigen motorfiets de dijk op. Hieronder staan de AVB oefeningen. Dit is uit de folder van het CBR dat in 2005 is uitgebracht en te downloaden is op www.cbr.nl
Het motorexamen Voertuigbeheersing bestaat uit 12 oefeningen, die zijn verdeeld in vier clusters. Op je examen doe je er zeven. Vier oefeningen zijn verplicht, de rest kiest je examinator uit. Het gaat er bij alle oefeningen om dat je de examinator op overtuigende wijze demonstreert dat je de motor beheerst. Bij lage én hoge snelheid en dat je goed kunt remmen. Wanneer ben je geslaagd? In totaal laat je bij het examen Voertuigbeheersing zeven oefeningen zien. Alle oefeningen tellen even zwaar. Uit iedere cluster is 1 oefening verplicht en doe je uit de clusters 2 t/m 4 één oefening extra. Dus 4 verplichte en 3 oefeningen die de examinator kiest. Je mag elke oefening bij een onvoldoende resultaat één keer overdoen. Om te slagen moet je in totaal 5 van de 7 verschillende oefeningen succesvol afronden. Daarbij voer je in de clusters 2 t/m 4 minimaal één oefening correct uit.

Geslaagd voor het examen Voertuigbeheersing? Dan is het resultaat één jaar geldig. In die periode kun je – onbeperkt – opgaan voor het examen Verkeersdeelneming.

Heb je je examen Voertuigbeheersing op een lichte dan wel zware motor gedaan? Dan doe je dit ook voor het examen Verkeersdeelneming.

  Cluster 1: Achteruit parkerenHet eerste cluster bestaat uit de oefening achteruit parkeren. In deze verplichte oefening loop je aan de rechterzijde van de rijbaan met de motor aan de hand. Daarna parkeer je de motor achteruit in een denkbeeldig parkeervak en zet je de motor op de standaard. Vervolgens haal je de motor weer van de standaard en loop je naar rechts het parkeervak uit.
   Cluster 2: Langzame slalom

De verplichte oefening in het tweede cluster is de langzame slalom. Er geldt geen richtlijn voor de snelheid. Gezien de geringe tussenafstand ligt een stapvoets tempo voor de hand. Het gebruik van een slippende koppeling is bij deze oefening verplicht. Van belang is verder de combinatie van juiste bediening, langzaam rijden en het behouden van de balans. Dit alles doe je natuurlijk zonder de pylonnen aan te raken!

  Wegrijden uit parkeervak Bij deze keuzeoefening rij je vanuit stilstand uit een parkeervak weg. Je maakt een haakse bocht en rijdt enkele meters rechtuit. De rijbaanbreedte is 3 meter. Het belangrijkste van deze oefening is dat je gecontroleerd een scherpe bocht weet te maken, direct na het wegrijden.
  Denkbeeldige 8Met deze facultatieve oefening laat je zien dat je een complete (denkbeeldige) 8 kunt rijden in een rechthoekig kader. Je rijdt met trekkende motor en houdt daarbij een gelijkmatige snelheid aan. Je mag je voetrem gebruiken en eventueel een slippende koppeling.
  Stapvoets rechtdoor rijdenHier is het de bedoeling dat je naast de lopende examinator blijft rijden over een afstand van 20 meter. Er wordt gelet op snelheid, balans en een juiste bediening van de motor. Je maakt gebruik van een slippende koppeling. Je voetrem mag je bij deze keuzeoefening ook gebruiken, maar je houdt je voeten tijdens het rijden op de voetsteunen.
  Halve draai (links- of rechtsom)Als de examinator voor deze oefening kiest dan rij je met licht trekkende motor op een denkbeeldige rijbaan. Na de tweede pylon maak je in een vloeiende beweging een halve draai naar links of rechts. Je rijdt dan terug naar het startpunt.
  Cluster 3: UitwijkoefeningCluster 3 bestaat uit 3 oefeningen, waarvan de uitwijkoefening verplicht is. Bij de uitwijkoefening kom je met 50 km p/u aanrijden door de poort. 15 m na de poort moet je vóór een denkbeeldig muurtje van pylonen naar links uitwijken. Daarna keer je weer terug naar de eigen weghelft.
  Snelle slalomBij de snelle slalom zijn 6 pylonnen opgesteld. Deze slalom neem je bij een snelheid van minstens 30 km p/u met trekkende motor. Belangrijk is dat het vloeiend en gelijkmatig gebeurt.
  VertragingsoefeningBij deze optionele oefening trek je vanuit stilstand op om snel te komen tot een snelheid van 50 km p/u. Je rijdt dan in tenminste de 3e versnelling. Na het tweede poortje rem je af tot 30 km p/u  en schakel je minimaal één versnelling terug. Daarna rij je met deze snelheid een slalom om 3 pylonen die 8 meter uit elkaar staan.
  Cluster 4: NoodstopIn het vierde cluster is de noodstop de verplichte oefening. Je rijdt minimaal 50 km p/u. Na het poortje rem je maximaal om zo snel mogelijk tot stilstand te komen. Natuurlijk verlies je de controle over de motor niet.
  PrecisiestopBij de precisiestop gaat het erom dat je op een bepaald punt stilstaat. Je rijdt eerst 50 km p/u en remt beheerst als je het eerste poortje van twee pylonen passeert. Daarna moet je de motor 17 meter verderop tot stilstand brengen.
  StopproefNaast de precisiestop kan de examinator ook nog kiezen voor de stopproef als tweede keuzeoefening. Het doel van deze oefening is dat je technisch goed remt. Je schakelt kort voordat je stilstaat terug naar de eerste versnelling. Je hebt een korte remweg.
   
   
Voor meer informatie over het CBR:CBR HoofdkantoorP.C. Boutenslaan 1Postbus 53012280 HH Rijswijk (ZH)Telefoon (070) 372 05 00Internetwww.cbr.nlDeze brochure is een uitgave van het Centraal Bureau
Rijvaardigheidsbewijzen(CBR). Uitgave november 2005.

Pin It on Pinterest